Whitepaper Van bestemmingsplan naar omgevingsplan: Reculer pour mieux sauter

Op 29 november jl. informeerde minister Van Veldhoven de beide Kamers over de voortgang van de stelselherziening in het omgevingsrecht. Volgens het kabinet en de bestuurlijke partners is het wenselijk en ook mogelijk om de Omgevingswet (Ow) per 1 januari 2021 in werking te laten treden. Daarmee is een einde gemaakt aan de geruchten dat er sprake zou zijn van andermaal uitstel van de inwerkingtreding. Wel houdt de minister nog een slag om de arm: ze streeft ernaar om uiterlijk 1 juli het Koninklijk Beluit (KB) met de inwerkingtredingsdatum bij de Kamers voor te hangen en daarbij wordt definitief bepaald of de wet daadwerkelijk op de geplande datum in werking treedt.

Als dat het geval is dan betekent dat nog niet dat vanaf dat moment alle activiteiten of situaties onder het nieuwe recht vallen. De ‘eerbiedigende werking’ van het overgangsrecht voorkomt dat men onverhoeds te maken krijgt met tal van nieuwe voorschriften en die zijn er genoeg onder de komende Omgevingswet. Er is hier echter iets bijzonders aan de hand met het omgevingsplan. Weliswaar worden geldende bestemmingsplannen e.d. geacht omgevingsplannen te zijn en is er ruim de tijd om de ‘tijdelijke’ omgevingsplannen om te zetten in ‘niet-tijdelijke’ plannen, toch levert het overgangsrecht de nodige problemen op in de praktijk. De oude plannen worden immers als tijdelijke plannen bevroren en niemand weet nog hoe van het tijdelijke plan een permanent plan moet worden gemaakt dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Toch dringt de tijd omdat vanaf 1 januari 2021 de behoefte zal bestaan om op basis van de tijdelijke plannen nieuw beleid te ontwikkelen. Dan maar de bevroren plannen tijdelijk ontdooien? En daarna?


Auteur: Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer is emeritus hoogleraar omgevingsrecht.

Gratis whitepaper van VIND Omgevingszaken

Lees over de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet

Whitepaper geschreven door Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer, emeritus hoogleraar omgevingsrecht